Wali Sediqi beseft als prille tiener dat hij in Afghanistan geen toekomst heeft. Hij waagt in zijn eentje de overtocht naar Europa. Tien jaar later is Wali een gewaardeerde coach van mensen die een onderneming opstarten. Sociaal.Net luisterde geboeid naar het succesverhaal van deze geboren optimist.

Starterslabo 

Wali Sediqi (24) is ondernemerscoach bij Starterslabo. Deze organisatie begeleidt mensen die hun ondernemingsdroom willen realiseren en daarbij ondersteuning zoeken door middel van coaching, training en aandacht voor persoonlijke groei.

‘Ik keek op naar mijn ondernemende vader.’

Wali kreeg deze job niet in de schoot geworpen: “We waren met twintig andere kandidaten, allemaal hooggeschoold en ondernemend. Ik was dolblij toen ik vernam dat ik weerhouden werd. Mijn plan was om een deskundig begeleider te worden. Het was hard zwoegen om mijn kennis bij te spijkeren. Vaak zat ik tot diep in de nacht op mijn kamer te studeren. Uiteindelijk kwam ik er wel.”

Niemand die enkele jaren geleden durfde dromen van dit succes. Nog niet zo lang geleden was Wali een niet-begeleide minderjarige vluchteling, niet meteen een ticket naar een rooskleurige toekomst.

De rode draad door jouw succesverhaal: hard werken.

“Dat zit in mijn bloed. Mijn vader was al op jonge leeftijd een succesvolle handelaar en had ook een eigen supermarkt. Als klein kind stond ik elke dag te popelen om hem te helpen. Ik vond het een eer om op die manier iets te kunnen betekenen voor mijn ouders.”

“Ik keek op naar mijn ondernemende vader en wou zijn zoals hem. Ik zag hem onderhandelen en mensen helpen. Hij ging zijn eigen weg en werd daarvoor gerespecteerd. Zijn voorbeeld is mijn motivatie en inspiratie.”

Je stak als jong kind al de handen uit de mouwen?

“Ik verkocht posters in parken en voelde me er als een vis in het water. Contacten leggen en onderhandelen over prijzen waren echt mijn ding. Als ik daar vandaag op terugblik, denk ik ‘wauw, dat heb ik gedaan’.”

“Toen de onderneming van mijn vader failliet ging, ging ik in een meubelfabriek werken. Dankzij dat extra inkomen, kon mijn familie de eindjes aan elkaar knopen. Het was een moeilijke periode. Als kind was ik er een zwakke schakel en kreeg ik geregeld slaag. Mensen wilden me onderuithalen. Voor mij was dat een motivatie om nog harder te werken. Vaak zat ik tot ’s nachts aan meubels te timmeren. Als je wil doorgaan in het leven kan je niet bij de pakken blijven zitten.”

Dat toonde je door te vluchten uit jouw thuisland.

“Omdat mijn vader in Afghanistan bedreigd werd, vluchtte ons gezin naar Iran. Ik voelde me er onveilig. Hier kon ik mijn dromen en ambities niet realiseren. Ik was dertien en stond op een keerpunt in mijn leven.”

“Ik vluchtte uit Iran, op zoek naar een betere toekomst in Europa. Ik zat in gammele auto’s op gevaarlijke wegen, dobberde in een klein bootje op een grote rivier en had een spannende vlucht op het vliegtuig. In mijn zak zat een vals paspoort, aangemaakt door een mensensmokkelaar. Na die lange en helse tocht arriveerde ik in België.”

“Ik meldde me aan bij de dienst vreemdelingenzaken. Een behulpzame medewerker stelde me vragen en gaf me informatie over wat nu verder met me zou gebeuren. Ik kwam terecht in Steenokkerzeel, in het opvangcentrum voor niet-begeleide minderjarigen.”

‘Ik leefde in moeilijke omstandigheden, zonder familie om me heen.’

“Als jonge gast zat ik plots in een onbekende wereld. Al die nieuwe gezichten, onbekende talen en vreemde gewoontes waren erg confronterend. Ik was vaak wantrouwig en angstig over mijn toekomst.”

Hoe overwon je die angst?

“Mijn geloof beschermde me. Ik leefde in moeilijke omstandigheden, zonder familie om me heen. Toch vond ik in Allah de kracht om vooruit te geraken. Ook vandaag is dat geloof voor mij een steunpilaar. Ik bid nog altijd vijf keer per dag. Het stuwt me vooruit in het leven.”

“Ik vond ook steun bij de herinneringen aan mijn ouders. Ze prentten me in dat aan donkere periodes altijd een einde komt.”

Hadden ze gelijk?

“In het opvangcentrum ervaarde ik dat mensen aandacht voor me hadden. Begeleiders zochten mee naar oplossingen. Dat gaf me veel moed. En al was ik nog jong, ik besefte dat ik een moeilijke weg voor de boeg had. Ik wist dat ik niet meteen terecht zou komen in het land van melk en honing.”

‘Het deed deugd om in het pleeggezin opnieuw warmte te voelen.’

“Na korte verblijven in de opvangcentra in Arendonk en Kapellen, kwam ik als vijftienjarige terecht in een pleeggezin in de Kempen. Al was ook die opvang slechts tijdelijk, toch deed het deugd om opnieuw de warmte van een familie te voelen.”

Hoe ging het intussen op school?

“Mijn honger naar kennis was groot. In het opvangcentrum gaven vrijwilligers taallessen. Ik kocht zelf boeken bij om het allemaal wat sneller te laten gaan. Het beperkt onderwijstraject in de opvangcentra, verteerde ik vlot.”

“In het pleeggezin volgde een belangrijke toets. Ik stapte hoopvol over naar het reguliere onderwijs. Daar volgde ik de richting ‘Kantoor’ en dat liep allemaal van een leien dakje. Ik liep stage bij de dienst Toerisme Vlaanderen van de Vlaamse Overheid.”

Je stond op de drempel naar meerderjarigheid?

“Omdat de verblijfsperiode in het pleeggezin helaas ten einde was, belandde ik eerst nog even in een jeugdhulpvoorziening in Antwerpen. Ook daar trof ik begeleiders die me een luisterend oor en veel goede raad boden. Ze geloofden in mijn mogelijkheden en toonden dat ik zelf impact had op mijn leven en toekomst. Ik waande me er in een vijfsterrenhotel.”

“Toen mijn stageplaats me een vast contract aanbood, had ik een belangrijke trofee op zak. En ook mijn verblijfspapieren kwamen in orde. Na vijf jaar onzekerheid over mijn verblijfsstatuut, werd ik eindelijk bevrijd van de angst dat ik België zou moeten verlaten. In Antwerpen kon ik verder bouwen aan mijn traject.”

Wali_Sediqi
Wali Sediqi: “Ik wil mijn geschenk van geluk en geloof optimaal inzetten.”© Sociaal.Net / Lisa Develtere

Ging in die grote stad een nieuwe wereld voor je open?

“Via een Facebookgroep vond ik mijn stek in een co-housingproject van de Jezuïeten. Er woonden acht twintigers samen met uiteenlopende nationaliteiten en geloofsovertuigingen. Ze hadden allemaal een fijne job en heel wat kennis en competenties in hun rugzak.”

“Die groep was heel verrijkend. Als vreemde jonge eend in de bijt, werd ik er warm onthaald. Ik greep alle kansen om van hen te leren.”

Je zette een nieuwe stap in je loopbaan en werd ondernemingscoach.

“Ik wil mijn geschenk van geluk en geloof optimaal inzetten. Ik deed dat enkele jaren als medewerker van de dienst Toerisme. Gesteund door de kennis en ervaring die ik daar verzamelde, was het tijd voor een nieuwe uitdaging.”

“Ik wilde mijn passie voor ondernemen opnieuw ter harte nemen. Vandaag zet ik me als ondernemerscoach in voor mensen met migratieachtergrond en nieuwkomers die een eigen onderneming willen opstarten. Samen met collega’s ondersteun ik hen bij het opstellen van een businessidee en help hen om dat mee in de markt te zetten. Want zonder waterdicht ondernemingsplan, stamp je hier vandaag geen zaak uit de grond.”

‘Zonder waterdicht ondernemingsplan, stamp je geen zaak uit de grond.’

“Een onderneming opstarten is complex. Je moet de durf hebben om een eigen initiatief te nemen. En dan volgt een lange weg van administratie, berekeningen en afwegingen. De sociale media overspoelen hen met informatie en adviezen, de ene al wat meer betrouwbaar dan de andere. Deze mensen botsen op drempels die ik ook tegenkwam.”

Welke eigen ervaringen neem je mee in dat coachingswerk?

“Wil je in uitdagende omstandigheden ergens geraken, dan moet je oplossingsgericht kijken. In de toekomst liggen altijd nieuwe kansen. Die grijpen, is de belangrijkste eigenschap van een ondernemer. Wat dat betreft hebben ondernemers en vluchtelingen veel gelijkenissen.”

“Mijn vluchttraject verliep met vallen en opstaan. Ik ontmoette mensen die me het geluk niet gunden. Maar ik ontmoette nog veel meer mensen die in mij geloofden: begeleiders en leeftijdsgenoten in de opvangcentra of mijn pleegouder bijvoorbeeld. Ze toonden me kansen en ik greep ze.”

“Geen succes zonder volharding. Dat leerde ik ook uit mijn sportactiviteiten. Als kind was ik al gepassioneerd door Taekwondo, een gevechtssport. Door volharding behaalde ik er een zwarte band.”

Wali_Sediqi
Wali Sediqi: “Als kind was ik al gepassioneerd door Taekwondo, een gevechtssport.”© Sociaal.Net / Lisa Develtere

“En ook al heb je een plan en het doorzettingsvermogen, dan nog kan je onderneming failliet gaan. Ik grijp dan terug naar de wijze woorden van iemand die ik in Iran als kind op straat ontmoette toen ik voedingsproducten verkocht: ‘Trek je dan op aan de zekerheid dat je in het leven niet failliet kan gaan’.”

Is dat ook een belangrijke boodschap voor hulpverleners: geloof in de mensen die je begeleidt?

“Ondersteuning kan heel krachtig zijn. Ik ervaarde zelf dat goede begeleidingen het verschil kunnen maken. Dat is goud waard. Hulpverleners, begeleiders en coaches moeten de talenten van mensen zien. Zien ze een cliënt struikelen, dan moeten ze vooral het vertrouwen uitstralen dat die opnieuw kan rechtstaan.”

“Waar een wil is, is een weg. Ik heb de ambitie om naast een gewaardeerd ondernemerscoach ook zelf een succesvolle ondernemer te worden. Ik wil op een eigen creatieve manier een bijdrage leveren aan de economie en dat zal me lukken.”

“Ook mijn ouders blijven me ondersteunen in dat idee. Ze leven nog steeds in Iran en ik heb nog contact met hen. Telkens ik hen bel, zeggen ze me dat ik niet mag opgeven en het altijd in orde komt. Ik droom van de dag om hen eindelijk opnieuw te zien. Ook die droom zal werkelijkheid worden.”

Pin It on Pinterest